Nel werkt meer dan 53 jaar in de zorg en kan het niet loslaten

Haar hart blijft bij de kinderen

HOUTHEM – Meer dan een halve eeuw stond ze klaar voor zieke en kwetsbare kinderen. Generaties collega’s en families leerden haar kennen als een warm, betrokken en vertrouwd gezicht. Nu, op 70-jarige leeftijd, neemt Nel Bloebaum afscheid van haar werk als verpleegkundige bij Adelante. Maar helemaal loslaten doet ze het niet: vanaf mei blijft ze als vrijwilliger actief binnen het Kindcentrum. “Als ik binnenkom en een knuffel krijg, weet ik weer waarom ik dit zo lang heb gedaan.”

Nel begon haar indrukwekkende loopbaan op 1 september 1972 in Hoensbroek, toen ze nog geen 17 jaar oud was. Ze startte met de opleiding tot ziekenverzorgende in de toenmalige Lucaskliniek voor de Mijnstreek. Vijf jaar later verhuisde de kinderafdeling naar Franciscusoord in Houthem en Nel verhuisde mee. “Dat was voor mij geen twijfel. Ik wist al vroeg dat ik met kinderen wilde werken. Daar lag mijn hart.”

Wat volgde was een carrière van maar liefst 53 jaar binnen dezelfde organisatie, tegenwoordig bekend als Adelante. Een uitzonderlijke prestatie in een sector die voortdurend verandert. Nel ontwikkelde zich mee met de zorg en volgde in de loop der jaren aanvullende opleidingen, waaronder een applicatiecursus tot verzorgende IG en later de opleiding tot verpleegkundige. “Er was een tekort aan verpleegkundigen, dus kregen we de kans om ons om te scholen. Dat heb ik met beide handen aangegrepen.”

Van handgeschreven recepten tot digitale dossiers

In ruim vijf decennia zag Nel de zorg ingrijpend veranderen. “Vroeger hadden we een apotheek in huis en werden recepten met de hand geschreven. Dat was foutgevoelig. Nu werken we met een elektronisch patiëntendossier en kun je precies zien wat andere zorgverleners doen. Dat is echt een vooruitgang.”

Ook de manier waarop zorg wordt georganiseerd veranderde. Waar vroeger meer tijd en personeel beschikbaar was, ligt het tempo tegenwoordig hoger en is de zorg complexer. “We hebben nu te maken met intensieve kindzorg, met kinderen die bijvoorbeeld prematuur zijn geboren, kanker hebben of afhankelijk zijn van beademing. Dat vraagt veel kennis en verantwoordelijkheid.”

Tegelijkertijd ziet Nel ook positieve ontwikkelingen. “De samenwerking met artsen en andere disciplines is beter geworden. En ouders worden veel meer betrokken bij de zorg voor hun kind. De verpleegkundige heeft een veel actievere rol gekregen in het hele zorgproces, mede door  Eén kind, Eén plan waarin je samenwerkt met een team van deskundigen. Je doet het écht samen, dat vind ik mooi.”

Zware momenten en blijvende herinneringen

Het werken met ernstig zieke kinderen was niet altijd makkelijk. “Het blijft moeilijk als een kind overlijdt. Dat voelt als de verkeerde volgorde.” Toch leerde ze omgaan met verdrietige situaties door erover te praten met collega’s. “Je doet het samen, ook in moeilijke tijden.”

Wat haar altijd is bijgebleven, zijn de kleine en grote successen. “Soms zie je kinderen zich beter ontwikkelen dan verwacht. Ik ken een jongetje dat vaak ziek was waarvan de ouders bange waren om hem te verliezen. Hij gaat nu naar het regulier onderwijs. Dat zijn de momenten die je bijblijven.”

Ook de band met ouders maakte het werk bijzonder. “Ouders moeten hun kind soms letterlijk uit handen geven. Als je ervoor kunt zorgen dat ze dat met een gerust hart doen, dan heb je echt iets betekend.”

Altijd in beweging gebleven

Zelf bleef Nel zich haar hele loopbaan ontwikkelen. Ze werkte op verschillende afdelingen, van kinderrevalidatie tot dagopvang en peutergroepen. Ook na haar pensioen in april 2022 bleef ze actief via een 0-urencontract. “Dat was ideaal. Ik kon blijven zorgen en hoefde maar enkele scholingen te volgen. Gewoon doen waar het om draait.”

Nu, vier jaar later, neemt ze definitief afscheid als medewerker. Maar stoppen met zorgen doet ze niet. Vanaf mei keert ze terug als vrijwilliger, twee dagdelen per week. “Ik wil betrokken blijven. De kinderen, de collega’s… dat laat je niet zomaar los.”

Een leven in dienst van de zorg

Naast haar werk had Nel ook een gezin. “Ik had opvang voor de kinderen, zodat ik me volledig op mijn werk kon richten.” Die toewijding typeert haar loopbaan. “Zorgen voor anderen heb ik van huis uit meegekregen. We kwamen uit een groot gezin, waar delen en voor elkaar zorgen vanzelfsprekend was.”

Als ze haar carrière in één zin moet samenvatten, hoeft ze niet lang na te denken: een leven vol betrokkenheid, verantwoordelijkheid en warme contacten. “Het doet ertoe wat je doet.”

Blik op de toekomst

Hoewel ze het rustiger aan wil doen, zit stilzitten er niet in. Nel kijkt uit naar meer tijd voor haar hobby’s, zoals zingen in een koor, wandelen en tuinieren. “Ik werk nu nog vier à vijf dagen per week. Dat wordt straks minder maar ik blijf actief.”

Of ze het beroep opnieuw zou kiezen? Ze glimlacht: “Zeker weten!”